6.1 Een christen is buitengewoon rijk

6.2 Redenen voor God om rijke voorziening te geven

6.3 Geld en bezit als eerste leergebied

6.4 Het verschil tussen ‘aardse’ rijkdom en ‘geestelijke’ rijkdom

6.5 Het genereren van financiële voorspoed

6.6 Wat zijn tienden en waarom?

6.7 Tips en wijsheden

2 Korintiërs 8:9 Tenslotte kent u de liefde (genade!) die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk,

maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.

6.1 Een christen is buitengewoon rijk

Vanwege onze nieuwe identiteit en positie, zijn we enorm rijk geworden. Wij hebben immer in Jezus, de

erfenis van Jezus.

Efeziërs 1:3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus,

met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.

Het woord ‘talrijk’ zou je vanuit de grondtekst ook kunnen vertalen met ‘alle’ of ‘ontelbare’. Wij denken bij

‘geestelijk’ al snel aan onzichtbaar of niet tastbaar. Maar als iets geestelijk is, betekent dat bovenal dat het

‘van God gegeven’ is en dus absoluut niet dat het per definitie ontastbaar is. God voorzag Zijn kinderen in de

woestijn van brood (manna) en water en dat wordt zo beschreven:

1 Korintiërs 10:3 En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel 4 en dronken allemaal dezelfde geestelijke

drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde–en die rots was Christus.

Wat geld (of goud) betreft, moeten we begrijpen dat God ons dit rechtmatig kan en wil geven. In hoofdstuk 2.5

zagen we al dat wij door het kruis Gods kinderen zijn geworden en dus automatisch mede-erfgenamen van Zijn

bezit. Dus óók van de aardse rijkdommen:

1 Korintiërs 10:26 Immers: ‘Van de Heer is de aarde en haar rijkdom.’

De Bijbel spreekt veel over rijke genade (Efeziërs 1:7) of overvloedige genade (Romeinen 5:17). Dat betekent

dat het verkrijgen van ‘de geestelijke’ ofwel ‘de van God gegeven’ zegeningen ons geen inspanning kosten. En

één onderdeel van deze genade is dus rijkdom:

2 Korintiërs 8:9 Gij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is

geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.

Rijkdom voor gelovigen is door Jezus gekocht en betaald met Zijn armoede. Hij liet de rijkdom uit de hemel

achter en eindigde in totale armoede (waarschijnlijk naakt) aan het kruis. De rijkdom die Hij eigenlijk had/heeft

verdiend, heeft Hij door Zijn dood als een erfenis voor ons beschikbaar gemaakt. Wij leren die erfenis nu te

ontdekken, te ‘innen’ en namens Hem te beheren.

 

 

 

6.2 Redenen voor God om rijke voorziening te geven

1) God heeft er plezier in als het ons goed gaat

Toen Jezus net begon te preken, vertelde Hij al dat God niet wil dat wij in zorgen leven over onze voorziening:

Matteüs 6:31 Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee

zullen we ons kleden?” 32 – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel

dat jullie dat alles nodig hebben. 33 Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al

die andere dingen je erbij gegeven worden.

De Vader wil graag voor ons zorgen. Niet alleen uit noodzaak, maar ook omdat het Hem pleziert!:

Psalm 35:27 ‘De HERE is groot, die welgevallen heeft aan het heil van zijn knecht.’

(het woord ‘heil’ heeft als belangrijkste betekenissen welzijn en voorspoed)

2) We mogen er medegelovigen en Gods overige werk mee dienen

2 Korintiërs 9:8 God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten

voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.

3) Het heeft een evangeliserende werking

Galaten 3:8 En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan

Abraham het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden.

Rond het goede dat God Zijn kinderen geeft, zien we een zeer wenselijk bijeffect. Midden tussen de (materiële)

zegeningen die God in het verbond van Mozes belooft, staat dit:

Deuteronomium 28:10 Alle andere volken zullen opmerken dat u de HEER toebehoort, en ze zullen hoog tegen

u opzien.

6.3 Geld en bezit als eerste leergebied

Jezus gebruikt heel vaak geld in Zijn gelijkenissen om principes uit te leggen. Dat is ‘taal’ die iedereen begrijpt.

En omdat geld een ‘veilig’ leergebied is, gebruikt God het om ons geloof –praktisch- te oefenen.

Lukas 16:9 Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige

tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. 10 Wie betrouwbaar is in het geringste, is

ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat.

11 Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke

dingen toevertrouwen?

Hoe maakt Gods ons klaar en betrouwbaar om de meest kostbare zaken te kunnen toevertrouwen?

Door betrouwbaar te –leren- handelen met ‘onbetrouwbare’ zaken. Door je geldzaken samen met God te doen,

geef je God de kans om jou allerlei (geloofs)principes te leren en karakter te bouwen. Het gevolg is dat God jou

vervolgens weer méér kan toevertrouwen. Te beginnen met financiën en aansluitend zaken van hogere

waarde.

 

God zorgt dat onze groei in welvaart in balans gaat met de groei van onze ziel (let overigens op de prioriteit

van welvaart en gezondheid bij de oude, wijze apostel Johannes):

3 Johannes 2 Geliefde, vóór alle dingen wens ik, dat het u welga (grondtekst: welvaart, voorspoed!) en gij

gezond zijt, gelijk het uwe ziel welgaat.

6.4 Het verschil tussen ‘aardse’ rijkdom en ‘geestelijke’ rijkdom

Normaal heeft rijkdom een hoge prijs. Maar als God voorspoed geeft, heb je niet de ‘gebruikelijke’ inspanning

nodig. In het woord voorspoed, zit het woord spoed. Dus God geeft een ‘versnelling’ in datgene wat normaal

gesproken veel moeite kost.

God wil namelijk niet dat rijk worden ten koste gaat van onze relaties (huwelijken!), integriteit en moraal.

Geloven in voorspoed is dan ook noodzakelijk om jezelf en je omgeving te beschermen tegen de ‘prijs’ van het

najagen (op aardse manier bezig zijn met inkomen).

Toch krijgen we ons ‘eerste geld’ vaak door te werken. Voorspoed is dan ook niet bedoeld om te stoppen met

werken. Werken was net als armoede een vloek (Genesis 3:19 + Deuteronomium 28:47-48), maar is nu door

Gods hulp weer een zegen geworden.

Efeziërs 6:7 Doe uw werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen.

Dat betekent overigens niet dat we alsnog moeten gaan werken om rijkdom te krijgen. Het is God Zelf die

succes geeft bij ons werk. Niet wij, maar Hij. Van de zeer voorspoedige Jozef staat dit effect beschreven, nog

voordat hij rijk werd:

Genesis 39:2 De HEER stond Jozef ter zijde, zodat het hem goed ging.

Genesis 39:23 De gevangenbewaarder had geen omkijken naar wat aan Jozef was toevertrouwd, omdat de

HEER hem ter zijde stond en alles wat Jozef ter hand nam voorspoedig liet verlopen.

Omdat God met ons is, mogen wij precies hetzelfde verwachten. Want God zorgt voor je. Je werkt dan ook

niet voor je geld. De juiste (karakterbouwende!) houding voor je werk is om namens de Heer je baas tot zegen

te willen zijn en hem/haar rijk te willen maken. Door die houding kan God je baas gemakkelijk bewegen om jou

promotie te geven en/of je goed te belonen. En met die beloning kun je weer verder aan de slag!

6.5 Het genereren van financiële voorspoed

Het is om te beginnen geen beperking als je weinig geld hebt en ook geen schande als je arm begint, dat waren

bijvoorbeeld de Macedoniërs ook:

2 Korintiërs 8:2 ....vervuld van een overstelpende vreugde en ondanks hun grote armoede zeer vrijgevig.

Alleen, als wij weinig hebben, gaan we daar vaak nog zuiniger mee om. Wat zou jij doen: Koop je van je laatste

euro eten, begraaf je ‘m of geef je ‘m weg? Wij zouden het -van nature- onbegrijpelijk vinden om hem weg te

geven. Maar Paulus zegt dat de Macedoniërs een voorbeeld waren! Ontdek waarom:

2 Korintiërs 9:10 God, die zaad geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad

geven en het laten ontkiemen…

‘Zaad’ is in deze context ‘geld’. Het Griekse woord voor ‘zaad’ is ‘sperma’. Betekenis:

 

 

1) het zaad, dat wil zeggen het graan of de korrel die de kiem van de toekomstige planten in zich draagt

2) al wat levenskracht heeft of het vermogen heeft leven te geven

Wat gebeurt er als je jouw geld als zaad gaat zien en bewust gaat zaaien!?

2 Korintiërs 9:10 God, die zaad geeft (1) om te zaaien (2) en brood om te eten (3), zal ook u zaad geven en het

laten ontkiemen (4), zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt (5). 11 U bent in ieder opzicht rijk

geworden (6) om in alles vrijgevig te kunnen zijn, en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot

dankzegging aan God (7).

Het zaad (de context van deze tekst is bezit/rijkdom/geld) van God kent zeven ontwikkelingsfasen:

1. ontvangen

2. geven

3. ervan leven, genieten

4. vermeerderen

5. oogsten

6. rijkdom in alle opzichten

7. eer aan God

Je zou dit ‘de cyclus van de hemelse economie’ kunnen noemen. De uiteindelijke grootte van de oogst (denk

aan de 30-, 60- en 100-voudige oogst) heeft te maken met de mate van vrijgevigheid.

2 Korintiërs 9:6 Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. 7

Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig

geeft.

Uit deze laatste tekst blijkt dat geven een geloofszaak is. Dat mag je rustig gaan oefenen. Wij geven namelijk

niet om voorspoed te krijgen of omdat we bang zijn om het mis te lopen, maar omdat we geloven in Gods

liefde voor ons. De Macedoniërs wisten dit! En daarmee wisten ze ook dat als je met vreugde overvloedig

geeft (ook al is het uit armoede), je overvloedig zal oogsten!

6.6 Wat zijn tienden en waarom?

De allereerste persoon in de bijbel die op deze manier rijk werd, was Abraham. Hij begon met het geven

(=zaaien!) van een tiende deel van zijn ‘inkomen’ aan een priester (vertegenwoordiger) van God. Dit stond

gelijk aan het geven aan God Zelf! Met het geven van zijn tiende ‘zei’, ‘deed’ en ‘veroorzaakte’ Abraham

verschillende dingen.

MaarHet belangrijkste is, dat hij daarmee ‘zei’, dat God hem de buit (het inkomen) had gegeven. Hoewel er

een natuurlijk verklaarbaar plaatje was, erkende Abraham dat God erachter zat en voor hem had gezorgd. Hij

zag God als Degene met de grootste autoriteit, hij zag Hem als ‘groter’:

Hebreeën 7:4 Geef u rekenschap van zijn grootheid (WV: Hoe groot moet hij wel zijn): Abraham, de aartsvader,

gaf hem een tiende van wat hij had buitgemaakt…

Als we de film snel vooruit spoelen, zien we aan het eind van Abrahams leven de oogst die het zaaien (dat

‘deed’ hij) van zijn tienden ‘veroorzaakt’ had:

Genesis 24:1 Abraham was inmiddels op hoge leeftijd gekomen en de HEER had hem in alle

opzichten gezegend.

Dezelfde zegen is er voor ons, die én nazaad zijn van Abraham én ook zo’n priester als Melchisedek hebben:

 

Hebreeën 6:20 …waar Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan, nu Hij voor eeuwig hogepriester is

geworden op de wijze van Melchisedek.

Wat is deze ‘wijze’ of met andere woorden ‘ordening’ (= de volgorde waarin één en ander plaatsvond en vindt!)

van Melchisedek:

Hebreeën 7:6 Maar hoewel hij niet met hen verwant was, heeft Melchisedek tienden geïnd van Abraham en

hem gezegend aan wie de beloften gedaan zijn….

De ordening op een rijtje:

1) Abraham geeft tienden aan Melchisedek (wij aan Jezus)

2) Melchisedek heeft ze geïnd (Jezus neemt het van ons aan)

3) aansluitend werd Abraham gezegend (aansluitend zegent Jezus ons méér)

Dus het ‘teruggeven’ van een tiende deel (10%) van het geheel (100%) dat God hem eerder al gegeven had,

had als gevolg dat Abraham in alle opzichten gezegend werd.

Dit komt omdat hier ‘het principe van de eersteling’ van toepassing is. Bij God, dus in de geestelijke wereld, is

‘de eersteling’ de vertegenwoordiger van het geheel. In Gods ogen was het dus alsof Abraham Hem alles

teruggaf. En omdat God zijn tiende (=de eersteling (10%) van het inkomen) aannam en daardoor met Zijn

handen aanraakte, was het geheel van Abrahams inkomen vervolgens gezegend!

Romeinen 11:16 Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. (NBV

Als een klein deel van het deeg aan God is gewijd, is de rest het ook…)

Precies, zoals wij heilig zijn, omdat Jezus als heilige eersteling werd ‘gezaaid’:

1 Korintiërs 15:20 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die

ontslapen zijn.

Hebreeën 10:9-10 Dan zegt Hij: ‘Hier ben Ik, Ik ben gekomen om Uw wil te doen,’ waarmee Hij het eerste

opheft om het tweede van kracht te doen zijn. Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door

het offer van het lichaam van Jezus Christus.

Door het offer van de eersteling (Jezus), werden wij (de rest) ook allemaal heilig.

Door het offer van de tienden, wordt de rest van ons –rechtmatige- bezit ook heilig.

Rijkdom, bezit en goede banen kun je in deze wereld ook zo weer kwijt raken. Echter niet als je het principe

van de tiende toepast. Behalve dat het zaaien voor de toekomst is, zijn de tienden dus ook nog eens

bescherming tegen alle vormen van verlies of diefstal. Je ‘tilt’ jezelf en jouw bezit boven alle marktwerking en

aardse beperkingen (leeftijd?) uit. De beste verzekering! Maar dan echt zeker! ;-)

6.7 Tips en wijsheden

Het is belangrijk een persoonlijke openbaring te hebben rond dit onderwerp. Je mag het eerst zelf gaan

geloven! Helaas hebben veel gelovigen nooit oogst gezien omdat:

- ze hun tienden niet aan Jezus Zelf gaven. Jezus is hoofd van de gemeente = Zijn lichaam. Daar horen je

tienden dus thuis.

- ze zaaiden in verkeerde grond. Dat is waar wet wordt onderwezen (Galaten 6:7-10, KJV)

 

 

- ze ongeduld hadden. Door niet blijvend zaaien en/of de oogst niet af te wachten, zul je later ook niet de

resultaten zien.

- ze niet in geloof gaven = blijmoedig (= zonder openbaring, waardoor: verkeerd motief; bijvoorbeeld uit angst

of menselijke nood/zorg)

Hoewel rijkdom op gang wordt gebracht en wordt gehouden door geven, moeten we geen woestijn/

wondermentaliteit ontwikkelen. Dat ontwikkel je door heel enthousiast steeds alles weg te geven en je

vervolgens bij onverwachte uitgaven een wonder nodig hebt. Dat is niet wijs. Dus niet bang zijn voor voorraad;

sparen is wijsheid. Want wij leven niet in wonderen (steeds net genoeg) maar in zegen (ondanks geven steeds

toenemende middelen):

Filippenzen 4:17 Niet dat het mij om uw gaven te doen is, ik ben er juist op uit dat het tegoed op uw rekening

oploopt.

Omdat voor God voorspoed voor ons leven belangrijk is en omdat we op Zijn manier (ruimhartig,

onvoorwaardelijk) en met Zijn motief (liefde) aan de gemeente en aan anderen mogen leren geven, is het

belangrijk dat we eerst van Hem –leren- ontvangen. Dat begint met datgene wat je nu hebt te zien ‘als van

Hem ontvangen’. Dat is stap één. En natuurlijk wel, na daarvan te zaaien met geloof, ook oogst verwachten net

als een boer!!

Conclusie hoofdstuk 6: Het ontvangen van Jezus Zelf is de grootst mogelijke rijkdom, waarna al het andere

volgt. Geloof dat God je in Jezus alles gegeven heeft. Wanneer je dit anders ziet, dan is het gevaar dat je

andere zaken meer waarde gaat toekennen dan Jezus! Terwijl het volgens God Zelf is dat een onmogelijkheid,

want met Jezus heb je alles gekregen. Jezus is all-inclusive:

Romeinen 8:32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons

met Hem ook niet alle dingen schenken?

Subpagina''s (1): Genezing & gezondheid